Filter op
Terug naar overzicht

BLOG: Niemand is tegen goed (voedsel)onderwijs.

Niemand is tegen goed (voedsel)onderwijs. Maar het kan zomaar afleiden van structurele voedselproblemen. Hoe langer ik in het buitenland woon, hoe meer ik Nederland ga waarderen. Wij Nederlanders houden van klagen, maar ons landje is toch wel buitengewoon goed georganiseerd.

Vooral op infrastructureel gebied is Nederland vrijwel niet te verslaan, en dat merk ik iedere dag hier in Schotland. Rustig naar mijn werk fietsen is er hier in Aberdeen niet bij. Elke ochtend waag ik mij met gevaar voor eigen leven tussen bussen, vrachtwagens en te hard rijdende auto’s. Fietspaden? Te verwaarlozen. Efficiënte verkeerslichten? Op een hand te tellen. Dagdromen op de fiets na een lange werkdag is er niet bij, laat staan een telefoontje aannemen. Liever blijf ik gefocust op het potentiële gevaar om me heen. Ondanks de uitzichten over de Noordzee op een zonnige dag haalt Schotland het niet bij Nederland op fietsgebied.

Fietsonderwijs
Waar ze hier wel heel goed in zijn, is het trainen van kinderen om te fietsen. De meeste basisscholen hebben een bikeability training, waar kinderen door pionnetjes leren slalommen, noodstoppen leren te maken, en uitleg krijgen over het verkeer. Bovendien wordt leerlingen al vroeg geleerd dat fietsen zonder helm en reflecterende kleding uit den boze is. De meeste scholen hebben trots een “Bike-friendly”-banner buiten hangen. Politici zijn maar al te blij met deze bikeability trainingen, en gaan graag glimmend van trots op de foto met een al even zo reflecterende basisschoolgroep. In combinatie met talloze overheidscampagnes die er voor moeten zorgen dat auto en fiets de weg vredelievend delen, maakt dit Schotse kinderen vast tot de best opgeleide fietsers ter wereld.

Het resultaat van al dit fietsonderwijs?
Een schamele 1% van de Schotten fietst naar hun werk, terwijl 63% de auto neemt. Ondanks mooie praatjes, onderwijs en beloften investeert de Schotse overheid vrijwel niets in fietsinfrastructuur. En dus fietst bijna niemand hier.

Voedselonderwijs
Ik moet hier vaak aan denken als ik de oproep van de YFM lees om de petitie voor beter voedselonderwijs te steunen. Wie kan tegen goed voedselonderwijs zijn? Dat blijkt wel uit de brede coalitie die dit initiatief ondersteunt. Bovendien laat wetenschappelijk onderzoek zien dat voedselonderwijs over het algemeen een klein, maar significant effect heeft. Hetzelfde geldt echter voor bikeability trainingen: het heeft een klein, maar significant, positief effect op het aantal kinderen dat fietst. Maar met het kleine aantal kinderen dat fietst, is een significant verschil snel gemaakt. De diepere oorzaak van het probleem – (infra)structurele tekortkomingen – wordt niet aangepakt.

Hetzelfde zou zomaar eens kunnen gelden voor voedselonderwijs: als we geen oog hebben voor de structurele problemen rondom ons voedsel, dan kan voedselonderwijs een flop worden. Mijn eigen brein bijvoorbeeld is geconditioneerd door minstens vijf fulltime voedselonderwijsjaren, maar ook ik ga geregeld op vrijdagavond voor de goedkope diepvriespizza, omdat deze vrijwel voor het oprapen ligt. Tenslotte moeten de vijf jaar voedselonderwijs in mijn brein concurreren met de tienduizenden jaren die mijn voorouders hongerig op de savanne rondliepen. Zolang ongezond voedsel goedkoop en gemakkelijk is, en duurzaam en gezond voedsel vooral duur en ingewikkeld, is onderwijs wellicht niet meer dan een druppel op de gloeiende plaat.

Gesponsord ontbijt
Hiermee zeg ik niet dat voedselonderwijs op zichzelf onzinnig is, of dat de oproep van de YFM ten koste gaat van structurele oplossingen. Wat ik vooral benadruk is dat pleiten voor beter onderwijs een comfortabele optie is. Politici zijn uiteraard voor, want het biedt voldoende mogelijkheden voor een mooi fotomoment op de basisschool. Bedrijven zullen vast ook staan te springen om een lespakket te verzorgen, inclusief gesponsord ontbijt met goede granen en low-calorie frisdranken voor tussendoor. Hooguit zullen leraren verzuchten dat het normale onderwijs is het gedrang komt, want kinderen moeten tenslotte ook al meer bewegen, leren programmeren, en tegelijkertijd tweetalig geschoold worden.

Laten we ons daarom naast het pleiten voor beter voedselonderwijs vooral ook richten op de structurele problemen binnen onze voedselketen: ongezond voedsel is te goedkoop en in de school- en bedrijfskantine is de gezonde en duurzame keus lang niet altijd de makkelijkste. Structurele oplossingen die complexer en minder populair zijn, zoals een belasting op suiker of strengere regulatie van ongezonde voedingsmiddelen, zullen op een veel minder bredere coalitie kunnen rekenen, maar zouden wel eens veel effectiever kunnen zijn.

Startpunt
Uiteraard kan voedselonderwijs op de basisschool hiervoor een goed startpunt zijn. Wellicht maakt voedselonderwijs het mogelijk om toch eindelijk de snackautomaat eens de deur uit te doen. Of misschien zorgen kooklessen er inderdaad voor dat kinderen meer groenten willen eten. Maar dat gaat niet vanzelf. De supermarkt op 500 meter afstand gaat niet ineens alle goedkope chips uit de schappen halen, en drukke ouders hebben niet ineens alle tijd van de wereld om samen te koken en te eten. Laten we dat vooral in ons achterhoofd houden. Want iedereen die denkt dat voedselonderwijs op zichzelf de wereld gaat redden, nodig ik graag uit om eens een rondje met mij te fietsen in Schotland.

foto_HenrideRuijter// Henri de Ruiter is een PhD student aan de Universiteit van Aberdeen en het James Hutton Institute in Schotland. Hij schrijft dit artikel op eigen titel.  Je kan reageren op deze blog onder de bijbehorende post op onze facebookpagina.

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten