Filter op
Terug naar overzicht

Een vega en een varkensboer – #1 het failliet

Ja, ik stem links. En nee, ik eet geen vlees. Zo op zijn tijd word ik liefkozend hippie of groenridder genoemd door vrienden en wat minder liefkozend ‘naïef’ door meneren in pakken die koste wat kost hun gelijk willen behalen. Links, vega en hippie zijn labels die ik – tot op bepaalde hoogte – wel kan velen, maar naïef, dat laat ik mij niet noemen: ik vind het naadje van de kous nog in je hipsterfitgirlsokken. Daarom zei ik ook ja toen ik enige tijd terug werd uitgenodigd om een kijkje bij een gangbare veehouderij te nemen.

En zo belandde ik op een gure vrijdagmorgen een flink eind buiten de Randstad op het erf van een gangbaar vermeerderingbedrijf, een boerderij waar biggen geproduceerd worden. Thijs staat me al op te wachten: een lange, blonde man die me wat terughoudend aankijkt. ‘Ik ben hier huiverig voor,’ geeft hij aan. ‘In het verleden is er ook misbruik van gemaakt, van dat ik mensen liet zien wat er gebeurde: dan werden foto’s, verhalen uit hun verband gerukt.’ Die kritiek, die zijn ze wel een beetje moe, de varkenshouders en hun collega’s uit de rund- en pluimveehouderij. Toch zitten we, boer en buitenstaander, even later toch aan tafel met een kop koffie en appelflappen.

Veel en dezelfde varkens voor weinig
Als consument en burger krijg je er weinig van mee, maar het gaat niet goed met de varkenshouderij. Door het grote aanbod varkens zijn de kosten van een varken tegenwoordig hoger dan de opbrengsten, een situatie die in stand wordt gehouden door 2 belangrijke factoren: de keten, en de markt. Onze voedselketen van boer, handel, slachters, financiers, voerleveranciers en vleesverwerkers is ingericht op een grote stroom van ononderscheiden varkens – veel en dezelfde varkens voor weinig, kort gezegd. Daarbij exporteert Nederland 70% van zijn varkens naar buitenlandse markten, waar niet wordt betaald voor de hogere welzijns- en milieunormen waar Nederlandse boeren aan moeten voldoen. Dan produceren we toch minder varkens, zou je zeggen? Dat kan, maar om hetzelfde te verdienen met minder varkens, moet je een hogere prijs voor je varkens krijgen, bijvoorbeeld door een nieuw product of een concept bedenken. Om dit als varkenshouder zelf op poten te zetten is moeilijk: de keten is niet ingericht op kleinere en diverse productstromen en de markt vraagt om lage kostprijzen. Verandering brengt risico’s en investeringen met zich mee. Investeringen die vanwege de jarenlange tekorten lastig te betalen zijn en waarvoor banken en voerleveranciers, vanwege de risico’s, niet garant willen staan (*1).

Deze problemen zijn niet nieuw of onbekend. Toch is het heel wat anders dan wat cijfers op papier te zien, dan koffie te drinken met iemand die 80 uur per week werkt en daarmee géén geld verdient. ‘Kijk’, wijst Thijs uit het raam, ‘dat is onze mestsilo.’ De stal die ik bezoek levert per jaar 4000 kuub mest op. Sinds enige tijd bezit het bedrijf een mestscheider, waarmee de mest wordt gescheiden in zogeheten dunne en dikke fractie. De dikke fractie bevat veel fosfaat, dat als grondstof voor kunstmest wordt gebruikt. Dit wordt eerst bewerkt voordat het in het buitenland wordt verkocht, waar een fosfaattekort is. De dunne fractie wordt gebruikt als meststof op de eigen akker. ‘Wanneer wij onze mest gebruiken, moeten we het injecteren,’ vertelt Thijs. ‘Ik heb collega’s aan de Duitse grens: Duitse boeren mogen het, een kilometer verderop, gewoon uitrijden. Gaat het allemaal de lucht in.’

We staan allemaal onder water
Sinds het melkquotum (*2) is opgeheven en de melkveehouderij flink is uitgebreid, is de mest een nog groter probleem geworden. Er is simpelweg teveel. Kostte het eerst nog 6 euro per kuub om de mest kwijt te raken, nu, door aanscherping van de normen en het grote aanbod koeienmest, betalen boeren 25 euro per kuub. Tel maar uit. ‘Niemand ziet wat er werkelijk aan de hand is, de zorgen, het failliet. We staan allemaal onder water. Vlakbij mij is onlangs een varkenshouder failliet gegaan: tot de laatste dag stond hij vol passie in de stal. En dan de kritiek. Dat doet zeer.’

Minder boeren met meer varkens
Ondanks de faillissementen neemt het aantal varkens in Nederland echter nog steeds toe: het productievolume van de varkenshouderij is in 2015 met 2,8 % toegenomen ten opzichte van 2014 (*3). Het aantal varkenshouderijen daalde in ongeveer diezelfde periode met 3,8 % (*4). Minder boeren dus, met meer varkens. De minst risicovolle weg om de aanhoudende prijsdruk op te vangen is momenteel intensivering – waardoor de roep om welzijns- en milieunormen en de kritiek toeneemt. En dan begint het verhaal weer van voren af aan.

Een beetje beteuterd zit ik achter mijn koffie. Thijs neemt er nog maar een appelflap bij. Wat motiveert je, vraag ik me af, om je bedrijf in deze situatie voort te zetten? ‘Tja’, zegt Thijs. ‘Tja. Dat kan ik het beste in de stal uitleggen.’ Dus volg ik hem omgekleed, gelaarsd en gemutst, door de hygiënesluis naar de stallen.
// Thijs is een gefingeerde naam.
// Tekst: Marieke Creemers
// YFM nodigt bloggers uit om hun mening te delen op onze website. Dit artikel is de persoonlijke mening van de schrijver. Wil je reageren? Dat kan onder de Facebook post die bij deze blog hoort!

*1. https://issuu.com/twinmedia/docs/varkensvraagstuk?e=0/33082438
*2. http://www.elsevier.nl/economie/article/2015/04/boeren-zijn-niet-meer-gebonden-aan-melkquota-hoe-zit-dat-1739669W/
*3. https://issuu.com/twinmedia/docs/varkensvraagstuk?e=0/33082438
*4. http://www.boerenbusiness.nl/varkens-voer/artikel/10867412/grote-varkensbedrijven-breiden-uit-in-2015

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten