Filter op
Terug naar overzicht

De Burger vs. De Consument

Als achterafje van de laatste Academiedag – Het Lichaam – schreef Yvonne Faber een essay. Over het verschil tussen burger en consument.

De laatste themadag van Academie 2016, Het Lichaam, laat mij achter met heel veel onbeantwoorde vragen. Deze dag stond in het teken van gezondheid: dat is iets individueels en persoonlijks, toch? Voor mij is dat niet zo. Wat er iedere dag weer door mijn lichaam heen gaat en ervoor zorgt dat het functioneert, is een representatie van de voedselketen en welke afwegingen ik maak – en daarmee dus waar ik voor of tegen ben in de huidige keten. Op die manier verbind ik mij met de wereld, de producenten, de tussenpersonen en de mensen met wie ik mijn eten deel. Dat maakt mijn voedselkeuzes en -inname groter dan mijn eigen gezondheid, mijn eigen lichaam. Dit is ook een boodschap die ik haalde uit deze themadag.

Na een reis door het lichaam in CORPUS in Oegstgeest, kregen we een lezing van Renger Witkamp. “Je bent wat je gegeten hebt en je wordt wat je gaat eten”, is waar hij zijn verhaal mee begon. Hij sprak meer over de functie van voedingstoffen in ons lichaam en hoe ingewikkeld de effecten van losse stoffen te bestuderen en te beschrijven zijn, een ingewikkeld evenwicht. Wat is dan een gezond dieet, wanneer ben je gezond? Volgens Renger Witkamp is ‘men’ het eens is dat gezond eten zou zijn: “Food, not too much, mostly plants”.

Hoe is dit vol te houden? Als er altijd en overal een eetprikkel om ons heen is? Voor onze voorouders, jagers en verzamelaars, was het een noodzaak om te eten zodra er voedsel beschikbaar was, omdat het niet gegeven was wanneer de volgende maaltijd zich opdiende. Tegenwoordig moeten we deze drift, die nog steeds in ons zit, constant zien te weerstaan, een bijna onmogelijke opgave lijkt het soms. Als het aanbod zich zou houden aan de genoemde regel, dan zou het nog niet zo’n probleem zijn. Wanneer, zoals op dit moment, een groot deel van het aanbod aan voedsel vol met vet, zout en suiker zit, is gevolg dat er steeds meer mensen met obesitas en suikerziekte kampen.

“Maar de consument vraagt erom”, is het gehoorde antwoord. Is dat zo, vraag ik mij af? Toen ooit Coca Cola op de markt werd gebracht, ‘vroeg’ de consument toen om drankje met veel suiker en cafeïne of is deze ontstaan nadat de consument het voor het eerst probeerde? Hoe werkt dit vraag en aanbod verhaal? En rechtvaardigt dit het aanbieden van producten waarvan we weten dat ze niet gezond zijn? Ligt het antwoord hierop in de verantwoordelijkheid en behoud van keuzevrijheid van de consument, mede mogelijk gemaakt door voorlichting en marketing? Is het betuttelend als er maatregelen tegen bijvoorbeeld energydrinks worden genomen, net zoals dat eerder met tabak gedaan is?

Over deze vragen ging het tijdens de discussie in de middag, waar Gerda Feunekes van het Voedingscentrum, David Klingen – ‘YFM’s lievelingscriticaster’, en Marloes Leezer bij aanschoven om vanuit hun perspectief licht te schijnen op gezondheid en het nut van voorlichting, de rol van marketing en het maken van significante verschillen in de gezondheid van de Nederlandse consument. De stelling van David is dat producten als energydrink verboden moeten worden (in ieder geval voor jongeren onder de 16) en het voedingscentrum zou haar stem hier duidelijker in moeten laten horen. David is voor de Wakker Dier aanpak: bedrijven zenuwachtig maken, iets dat met voorlichting alleen niet gebeurd. Terwijl David Gerda het vuur aan de schenen legt en haar vraagt of wetgeving verandering niet veel sneller laat gaan dan voorlichting, ontwijkt Gerda naar mijn idee een antwoord op deze vraag en blijft zeggen dat het de rol is van het voedingscentrum om voor te lichten en niet om een activistische rol aan te nemen en te roepen om een verbod. David concludeert dat het Voedingscentrum het framework kan bieden, duidelijkere voorlichting over de gevolgen van overmatige suikerconsumptie, en dat ‘wij’, de activisten, gaan schreeuwen om een verbod of hardere maatregelen. Uiteindelijk geeft Gerda toch schoorvoetend toe dat wetgeving het proces wel zou kunnen versnellen, maar is het de juiste tijd voor een verbod/wetgeving op suiker?

Naar mijn idee mag de overheid best ingrijpen, maar wat is de meest effectieve manier om dat te doen? Een ‘sugar tax’ zoals in Mexico leek in eerste instantie effectief, maar nu stijgen toch weer de verkoopcijfers van frisdranken in Mexico (1). Is suiker de tabak van onze tijd? Betekent het dat overheden het voortouw moeten nemen en de weerstand van zowel consument (betutteling, vrije keuze) als de industrie (inperking van de vrije markt) voor lief moeten nemen met het perspectief dat een wetgeving (verbod op basis van leeftijd dan wel inperking van gebruik via accijns of waarschuwingen op verpakkingen) uiteindelijk iedereen ten goede komt?

Volgens mij blijft dit echter symptoombestrijding en moet het probleem kernachtiger aangepakt worden. Het overweldigende aanbod aan suikerhoudende dranken is een uitkomst van het huidige systeem waarin vraag en aanbod verheerlijkt worden, waar neoliberalisme floreert (2). Zijn de waarden die ten grondslag liggen aan dit systeem waarden waar we aan vast willen houden wanneer we ons afvragen hoe de groeiende wereldbevolking te eten te geven?

Het afgelopen half jaar heb ik veel geleerd over het voedselsysteem in Nederland en denk dat veel problemen symptomen zijn van de onhoudbaarheid van dit systeem: de race to the bottom in de veeindustrie in Nederland, uitbuiting in de cacoahandel, overbevissing en dit alles met gevolgen voor de wereldmarkt, volksgezondheid en de afname van diversiteit in de landbouw en ons dieet. Laten we, in plaats van tijdelijke oplossingen te zoeken, de transitie in gang zetten naar een ander systeem. Ik ben er nog niet helemaal over uit hoe een ander systeem eruit ziet, misschien omdat ik zelf net zo schuldig ben aan denken binnen dit neoliberalistische kader. Eén ding weet ik wel: focus op samenwerken in plaats van op concurrentie en competitie. Zullen we een beetje meer ‘burger’ worden en daar naar handelen en onszelf ietsje minder als ‘consument’ (laten) definiëren? (3)

(1) http://www.wsj.com/articles/soda-sales-in-mexico-rise-despite-tax-1462267808

(2) “Neoliberalism sees competition as the defining characteristic of human relations. It redefines citizens as consumers, whose democratic choices are best exercised by buying and selling, a process that rewards merit and punishes inefficiency. It maintains that “the market” delivers benefits that could never be achieved by planning.” Uit The Guardian

 (3) Het onderscheid ‘burger’ en ‘consument’: waar de burger bewuste keuzes wil maken en nadenkt over de invloed van die keuzes is het de consument toch ingeeft tegen de prikkeling beïnvloedt wordt door het directe effect van prijs.

Afbeelding: storyofstuff.com

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten