Filter op
Terug naar overzicht

Een Vega en een kippenboer – #3 Het ei van Columbus

Ingespannen bekijken Maartje en ik de legpluimveestal. Af en toe wijst ze: kijk, de staarten zijn wat ruwer, daar moeten we op letten. Vlak voor onze neus graaft een kip zichzelf in het strooisel op de vloer van de stal. ‘Vergeleken bij andere landen zijn we hier allemaal knuffelboeren’, zegt Bart, die tegen de muur leunt. Maar we zijn niet in andere landen, we zijn in Nederland, waar deze moderne scharrelstal de ondergrens is voor de legpluimveehouderij. En is het hier genoeg? Nee, daar zijn we het over eens: we willen vooruit, vega en kippenboer, zittend op de grond van de Eibergse stal – maar hoe?

Terug in de keuken pakt Bart zijn Ipad. ‘Mijn visie is ontzettend veranderd,’ zegt hij. ‘Toen ik van school kwam, wilde ik 140.000 kippen op diverse locaties. Maar onze ambities zijn anders, en het financiële plaatje is anders: het is steeds meer van hetzelfde voor een lagere prijs. En ik zie daar persoonlijk niet de toekomst in, in bulk.’

Maar bulk is wat we krijgen. Boeren worden namelijk steeds minder rendabel: per eenheid – per leghen- neemt de opbrengst in verhouding tot de kosten, het rendement, af. De boer moet daardoor steeds meer dieren houden om hetzelfde te verdienen. Zo wordt de productie van vlees en eieren weliswaar vaak efficiënter zodat de kosten dalen en het rendement toeneemt, maar omdat elke legpluimveehouder deze stappen zet, neemt het aanbod toe. De marktprijs neemt vervolgens af, net als het rendement per dier, en de boer moet wederom uitbreiden.

Daarnaast nemen de kosten voor deze efficiëntieslagen*(1) steeds verder toe door hogere mestprijzen, strengere overheidsregels, en door het advies en de advocatuur die nodig zijn voor uitbreiding en innovatie. Dit zorgt ervoor dat bedrijven met minder rendement en financiële ruimte, kleinere familiebedrijven over het algemeen, als eerste kopje onder gaan. Pluimveehouders hebben, kortom, te maken met een Europese markt waarin schaalvergroting, stijgend aanbod en dalend rendement de norm zijn. Om dit te doorbreken, móet het aantal leghennen afnemen – maar precies diezelfde markt van steeds meer voor steeds minder maakt inkrimping bijzonder lastig*(2).

Eieren voor je geld.
‘Toch moet je je daarmee bezig houden, met zulke vraagstukken,’ zegt Maartje. ‘Wijzelf, maar ook de jonge agrariërs die straks gaan boeren. Zit de maatschappij nog wel op ons te wachten? Hoe brengen we onze behoeften en idealen als boer en maatschappij bij elkaar? Dat is de uitdaging, die oplossingen te vinden.’ Maar welke oplossingen zijn er voor een legpluimveehouder die liever vandaag dan morgen het roer omgooit? ‘Eens kijken’. Bart denkt hardop na. Een uitbreiding of stalverandering, zo legt hij uit, mag ongeveer 19 euro per kip kosten. Daarnaast verandert het variabele kostenplaatje wanneer je op een andere manier kippen gaat houden. Minder kippen is minder eieren – die dus voor een hogere prijs de deur uit moeten – maar niet per sé minder kosten. Houd je minder kippen per vierkante meter? Dan heb je hogere verwarmingskosten, omdat er minder lichaamswarmte van je kippen af komt. Kies je voer dat niet genetisch gemodificeerd is, zoals het voer dat Bart en Maartje gebruiken, biologisch of lokaal? Dan heb je vaak te maken met een hogere voerprijs. ‘Een ei kost, voor ons, ongeveer 6 cent: 70% van die kosten zijn afkomstig van de inkoop van voer,’ zegt Bart. ‘Het pakstation krijgt ongeveer 2 cent, de supermarkten ongeveer 10 *(3). Maar als de voerprijzen weer stijgen, worden mijn kosten hoger.’ De eieren die wij kopen niet: in de supermarkt staan de doosjes met scharreleieren netjes uitgestald. €1,85 voor 10 eitjes, minder dan 19 cent per ei. ‘1 cent’, zegt Bart, ‘Als we 1 cent per ei extra zouden krijgen, zou dat een wereld van verschil maken.’

Morgen opnieuw beginnen.
Een wereld van verschil, want ideeën voor verandering hebben Bart en Maartje meer dan genoeg. ‘Als ik morgen mijn boterham kon verdienen met tien kippen, zou ik het doen,’ zegt Bart – maar ook vandaag zijn er stappen te zetten. Hij tikt op zijn Ipad. ‘Kijk, dit hebben we een aantal jaren terug bedacht.’ Bart laat me een professionele tekening zien van een grote stal, de stal waar ik nu op uitkijk, met een belangrijke verandering: een ruime overdekte uitloop met groen, boompjes en her en der scharrelende kipjes. ‘En zie je dat?’ Hij wijst trots. ‘Dat zijn lichtdoorlatende zonnecellen, op het dak.’ Ik zie het.

De innovatie van deze uitloop zit echter niet in de zonnecellen, het licht en het groen. Om vrije uitloop te mogen heten, mag de afstand tot de doorgang naar de uitloop nergens meer dan 15 meter zijn: er wordt aangenomen dat dit de maximale afstand is die een kip aflegt om in de uitloop te komen. Als je stal breder is, zoals de stal van 32 meter breed van Bart en Maartje, moet je aan beide kanten een uitloop bouwen, maar door de hogere kosten en benodigde ruimte is dit voor veel boeren moeilijker te realiseren. ‘Zo ook voor ons,’ zegt Bart. ‘Op ons erf hebben we daar geen plek voor. Maar stel, dachten wij, stél, dat een kip wel meer dan 15 meter loopt om naar de uitloop te gaan?’ Ook op de Universiteit van Wageningen werd deze vraag gesteld, en in samenwerking met enkele andere partijen werd een onderzoek gestart. ‘We hebben een stuk van de stal afgezet, en een deel van kippen kreeg zendertjes,’ vertelt Maartje, ‘Door antennes te plaatsen bij de doorgang naar de uitloop kon de onderzoekster zo registeren wanneer de kip naar buiten ging. En we hadden een overdekte uitloop geïmproviseerd aan onze stal – stonden we daar te hannesen, met onze partytent.’ Met resultaat, want moeiteloos overbrugden de kippen de 32 meter naar de uitloop *(4). Bart en Maartje, vol enthousiasme, namen een architect in de arm om de tekeningen te maken die nu voor me liggen. Ik kijk nog eens op de Ipad, en uit het raam. Geen uitloop met boompjes en lichtdoorlatende zonnecellen.

Het verhaal en het hart.
‘Tja’, zegt Bart. Hij klikt de tekeningen weg. ‘Uiteindelijk besloot men toch de eisen niet aan te passen – en dan pas je niet binnen een bestaand concept.’ Voor het eerst klinken ze een beetje ontmoedigd, Bart en Maartje. ‘Ik voel me nu een beetje passieloos’, zegt Bart. ‘We staan stil. Wat vind jij dat we zouden moeten doen? Wat zou jij doen, als je in onze schoenen stond?’

Shit. Snel, denk ik bij mezelf. Je bent de idealist met ideeën hoe het beter moet – bedenk een oplossing, geef iets terug voor het verhaal dat je gegeven wordt. Praktische oplossingen heb ik echter niet – en zit het probleem daar wel? Ideeën zijn er, zoals Bart en Maartje zeggen, genoeg. Het systeem moet anders: het systeem waarin de Barten en Maartjes van deze wereld naar de toekomst willen maar geen ruimte hebben, en de goedkope buitenlandse eitjes uit de hier – terecht – verboden kooien en legbatterijen wel mogen worden verkocht op de Nederlandse markt. ‘Wanneer je echt verandering wilt,’ zegt Bart, ‘als je weg wilt van de kostprijs en het machtsgebeuren, dan moet je weg van de wereldmarkt.’ In de huidige situatie betekent dat het innemen van een niche: de markt opgaan met jouw unieke ei. Toegevoegde waarde kun je echter alleen hebben als er een bepaalde standaard is, waarvan je jezelf kunt onderscheiden. En omdat anderen een succesvol idee graag overnemen, wordt je ei van Columbus langzaam maar zeker steeds breder aangeboden en steeds minder uniek. Zo wordt je concept uiteindelijk weer de basis waar tegen nieuwe koplopers zich afzetten, zoals de scharrelstal van Bart en Maartje, in minder dan tien jaar van vooruitstrevend naar de ondergrens. Moedeloos makend? Misschien, maar terwijl de jongste de keuken binnenstuift voor een boterham, lacht Bart en glimlacht Maartje. ‘Wij komen er wel, hoor’, zegt Maartje, terwijl Bart een bordje pakt. ‘Je kunt alles kopiëren, maar niet dit: niet je verhaal. Niet je hart.’

*(1) De marginale kosten, om precies te zijn: het bedrag waarmee de totale kosten van het bedrijf toenemen als het bedrijf één extra product produceert.

*(2) Met dank aan Wilbert Hilkens, sectormanager dierlijke sectoren bij de ABN AMRO, die me uitleg heeft gegeven over de relatief sterke positie van pluimveehoudersen over de gevaren van de huidige markt. Meer informatie over de positie van legpluimveehouders en de noodzaak tot extensivering vind je in dit rapport van ABN AMRO en deze visie van de Rabobank.

*(3) Meer weten over prijzen?Hier vind je een rapport van LEI Wageningen UR over de totstandkoming van prijzen en de verdeling in de keten van 8 Nederlandse versproducten.

*(4) Het onderzoeksverslag ‘Life outside the pophole’ lees je hier.

// Beeld: Marieke Creemers
// Tekst: Marieke Creemers
// YFM nodigt bloggers uit om hun mening te delen op onze website. Dit artikel is de persoonlijke mening van de schrijver. Wil je reageren? Dat kan onder de Facebook post die bij deze blog hoort!

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten