Filter op
Terug naar overzicht

Een vega en een varkensboer – #3 the big picture

Hoe verander je een systeem van binnenuit? Door te beginnen bij het begin: in de stal. Bij het waarom van gemaakte keuzes. Daarom zaten gangbare varkenshouder Thijs en ik enige tijd terug aan de keukentafel en kreeg ik een stortvloed van informatie: over knellende systemen en moeilijke keuzes. Over inzet en ambities. Alle antwoorden op varkensvragen die je kunt bedenken, maar één grote vraag neem ik mee naar huis: en nu?

Bladerend door de Beter Big plof ik op de bank. Als we nou de prijzen veranderen. Als we nou iets met subsidies en taksen doen. Lokalisering. Iedereen in de stal. Als, als, als: als een vega en varkenshouder hun vooroordelen opzij kunnen zetten, moet er toch ruimte zijn voor verandering?

Dat bleek iets te vroeg gejuicht. Terwijl Thijs en ik nog wat heen en weer mailen over varkensspeelgoed en staluitbreiding, worden er buiten onze vrolijke varkensconversatie conclusies getrokken. Een ongenuanceerde uitspraak hier, een tweet uit het verband daar, en voor je het weet staan vega’s en varkenshouders lijnrecht tegenover elkaar op de virtuele barricaden. Thijs en ik zijn niet langer een varkenshouder en een vega, maar dé varkenshouder en dé vega, vertegenwoordigers van andermans kwaad. Beduusd sla ik mijn laptop dicht en ijsbeer wat rond. Mogelijk zijn er een paar vuile krachttermen en zelfs een traantje gevallen in huize Vega. Dan zet het me aan het denken.

Allemaal in ons eigen hok.

Hokjesdenken: we maken ons er allemaal schuldig aan, om de simpele reden dat hokjes nodig zijn voor communicatie. Wanneer ik het in deze blog bijvoorbeeld heb over varkens, weet je direct wat ik bedoel. Een snuit als een stopcontact, een rond en roze lijf. Als ik telkens wanneer ik ‘varken’ zei had moeten uitleggen welk varken ik precies bedoelde, welk ras, welke leeftijd en grootte, welke leefomstandigheden…dan was deze blog geen drie verhalen lang geweest maar duizend-en-één. Handig dus, die hokjes. Maar ook subjectief, die hokjes. En vertekenend bovendien: alles wat je ziet bekijk je namelijk vanuit hokjes, en daardoor vallen je ook exact die zaken op die in jouw beeld passen. Zie je mij kritisch zijn over de vleesindustrie? Zie je wel: die groentezeur. En zie je Thijs een varken naar de slacht brengen? Zíe je wel: die bruut. Precies wat je al dacht. Hokjes versterken zichzelf. Dat wordt gevaarlijk wanneer we vergeten dat hokjes instrumenten zijn en geen waarheden, of wanneer we denken dat we hier immuun voor zijn. Dat zijn we niet.

Nieuwe meningen in de stal.
Niet alleen vergeten we de verschillen binnen hokjes, we benadrukken ook de tegenstellingen tussen ons eigen hok en andere hokken. Wederom, een instrument, om communicatie te vergemakkelijken en om onze eigen sociale identiteit te bekrachtigen. Maar om ons veilige hok te beschermen reageren we ook argwanend op afwijkende ideeën, en stuiven we gillend en piepend alle kanten op wanneer een onbekende – of onbeminde – mening in ons blikveld verschijnt. Wanneer deze meningen en de protesten hiertegen vervolgens niet worden gehoord gaan we harder gillen en piepen, om ons verstaanbaar te maken. Meningen worden ongenuanceerder. Voor versus tegen. Goed versus fout. Wij versus zij. Vega versus varkenshouder. Hoe sterker onze emotionele betrokkenheid, hoe sterker dit effect – en het debat over vlees en veehouderij ís emotioneel. En dan zitten we allemaal ramvast in ons hok. Gelijk te hebben, dat dan weer wel.

‘Vegetariërs moet je nooit in je stal laten.’ ‘Met de veehouderij valt niet te praten.’ ‘Zulke mensen moet je nóóit vertrouwen.’ ‘Liever gisteren kapot met je bedrijf, dan vandaag.’

Het is veilig, vanuit je eigen hok kritisch op de wereld zijn. Wat er mis gaat, voor vega of varkenshouder, is dan niet je eigen schuld, maar die van een ander. Veilig en daarom begrijpelijk. Het is alleen niet spannend of leuk – en de belangrijkste vraag is: helpt het? Als het bedrijf van Thijs gisteren kapot was gegaan, was het probleem van onze voedselproductie niet opgelost, maar erger geworden: in de huidige situatie versterkt de cyclus van failliet en intensivering zichzelf. Er was een varkenshouder minder die wel anders wil, maar dat niet alleen kan. En als Thijs mij nooit in de stal had gelaten, had ik niet geweten wat ik nu weet: dat varkenssperma 3 dagen goed blijft bij 17 graden, dat biggenhoefjes zacht zijn en vooral waarom Thijs varkens houdt zoals hij dat doet. Andersom had Thijs nooit – ach wel, ik heb vooral met open mond geluisterd. Maar toch, had hij mij niet toegelaten, dan had hij niet geweten wat mijn zorgen zijn en wat mij motiveert om verandering te willen. Zijn we het nu dan eens, Thijs en ik?

Allemaal uit ons hok.
Nee. Zijn we het oneens? Ook niet. We kijken vanuit andere hoeken: ik kijk vanuit het eind van de keten en maak me zorgen over de toekomst, hij kijkt vanuit het begin van de keten en maakt zich zorgen over het nu. ‘Het zijn verschillende werelden,’ zegt Thijs, ‘maar er is wederzijds respect.’ En we blijken niet de enigen die elkaar halverwege willen ontmoeten.

‘Hartverwarmend!’ ‘ Zó hard nodig’. ‘Kom je ook in mijn stal kijken?’ ‘Ik wil ook in de stal kijken.’ ‘Willen we niet allemaal leuker produceren voor leukere prijzen?’ ‘We moeten het samen doen.’

Er staan meer deuren open dan hakken in het zand. Dat levert nieuwe gesprekken op, discussies, aangedragen oplossingen en kritische blikken. En kansen. Dat is het probleem, met naar een ander wijzen: dan is het ook aan de ander om het op te lossen. Wanneer je je deur open zet voor andermans afwijkende visie en voor je eigen verantwoordelijkheid, open je de deur voor verandering – en kun je zelf beginnen.

En nu? Tijd voor de blik in de spiegel. Ben ik kritisch? Jep. Maar ik ben me er, sterker dan hiervoor, van bewust dat onze voedselproductie niet alleen dier en milieu in de knel brengt, maar ook de mensen die ons voedsel produceren. We hebben allemaal verandering nodig, en we hebben allemaal verantwoordelijkheid daarin. Ben ik naïef? Nee. Ik heb vertrouwen. De hevigheid van het debat doet pijn, maar laat ook zien hoe hard het nodig is onze oren open te zetten. Daar begin ik. Dus krabbelde ik op, trok mijn boerderijschoenen weer aan, en stapte op de trein richting een pluimveehouderij.

*En nu concreet? Oplossingen beginnen met luisteren, maar het is ook tijd voor doen. Mijn plan: luisteren en inventariseren. Vleeskuikens, legkippen, melkvee, geiten, gangbaar en bio, kleinschalig en grootschalig…Wat zijn de drempels voor verandering en wat zijn de ambities? Waarom lukt het niet en wie lukt het wel? Ik heb niet de illusie op te lossen wat talloze anderen met meer kennis en ervaring al geprobeerd hebben, maar we kunnen wel leren en inspireren en heel misschien, als we krachten bundelen, een stap bedenken. We, want daarvoor heb ik anderen nodig. Dus heb je een mening, aanknopingspunt, must-read of must-see, een (beter) plan: ik luister.

**De ideeën in deze blog over communicatie en de werking van taal zijn gebaseerd op de (sterk versimpelde) taaltheorie van Derrida zoals beschreven in de boeken ‘Difference’ van Mark Currie (2004) en ‘Literary Theory: the basics’ van Hans Bertens (2001). Het belang van het horen en betrekken van de minderheidsstem is gebaseerd op inzichten uit het boek ‘Deep Democracy’ van Jitske Kramer (2014) – een aanrader.

// Thijs is een gefingeerde naam.
// Tekst: Marieke Creemers
// YFM nodigt bloggers uit om hun mening te delen op onze website. Dit artikel is de persoonlijke mening van de schrijver. Wil je reageren? Dat kan onder de Facebook post die bij deze blog hoort!

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten